Vanaf het moment dat ze mijn kantoor binnenliep, wist ik dat ik in de problemen zat. Het was niet alleen de geur die ze verspreidde, een combinatie van alcohol en zaaddodende pasta, maar ook de rebelse manier waarop ze nonchalant tegen de muur leunde en een sigaret opstak.
“Ben jij die privé-detective die al die moorden oplost?” vroeg ze met een stem die gewend was dingen te zeggen.
“Jazeker,” antwoordde ik terwijl ik naar haar sigaret wees, “en dat mag hier niet trouwens.”
Ze reageerde verbaasd: “Tuurlijk mag dat wel. Zolang je maar een vergunning hebt van de detectiveschool.”
Daarna nam ze een hijs van haar peuk en stak ze als een oude veerman van wal.
